In een opmerkelijk NRC interview afgelopen dinsdag , geeft Jan Raes, Algemeen Directeur van het Concertgebouw Orkest, alvast een schot voor de boeg dat het Concertgebouw Orkest meer subsidie wil. En wel per 2016.  Jan Raes, daar was toch iets mee?  Oh ja, hij was de man die in 2011 ruim 3 ton verdiende, waarmee hij tot de meest verdienende culturele ambtenaren van Nederland behoorde. En op het morele verzoek van Ministers Plasterk en Jet Bussemaker in augustus 2013 om vrijwillig salaris in te leveren, onder het mom van solidariteit, gaf hij als een van de weinige bestuurders niet thuis. Die Jan Raes.

Op een omzet van ruim 30 miljoen heeft het orkest in 2013 een verlies geleden van bijna 9 ton. Een jaar eerder is een verlies van 2 ton gerealiseerd. Waarmee de conclusie zou kunnen worden getrokken dat het beste en meest succesvolle orkest van de wereld zijn eigen opgestelde  begroting niet rond kan krijgen.  Enkele highlights uit het interview, waarbij ook zakelijk directeur David Bazen aanschoof. Enkele directe quotes, overgenomen uit de NRC, gevolgd door observaties mijnerzijds. 

“Twee tot drie ton heeft het KCO kunnen vinden met maatregelen die ‘orkest, musici en publiek niet raken”.  Dit klinkt als bezuinigingsmaatregelen, reorganisatie van de staf.  Het bedrag beslaat nog geen 1 % van de totale kosten.  Voor een reorganisatie weinig indrukwekkend, moet je toch op minimaal op 10% schieten?  Dit kan beter.

“Ik zie de kosten sneller stijgen dan de opbrengsten. Dus wordt het begrotingsgat groter”. Aldus Orakel-van-Delphi Bazen. Een waarheid als een koe. Maar de Directie stelt de begroting op en maakt die sluitend. Van te voren beoordeel je een project en je gaat akkoord. Of niet. Niet alle ambities kunnen, bij geen enkel bedrijf.  En als kosten sneller stijgen, dan dien je ze onder controle te krijgen. 

“We kunnen geen stoelen bijzetten. Onze 94% gemiddelde zaalbezetting is inclusief moeilijke hedendaagse muziek inbegrepen.” Hier kan het KCO nog wat leren van popdiva Anouk.  Zij treedt liever zo weinig mogelijk op, maar wil wel een riant leven. Om te verdienen treedt ze dus een paar keer per jaar in grote zalen op. Gelredome, Ziggo. Kassa. Klaarblijkelijk heeft het KCO een grote vraag van het publiek. Maak daar gebruik van. Boek de ZiggoDome. En Ahoy en Gelredome. En verschuil je niet achter artistieke argumenten. Anders mag het Nederlandse volk middels subsidies de artistieke pretenties weer bijbetalen. 

“Van de slechts 18 symfonieorkesten in de VS is een groot deel in de problemen”. Dus de VS, met een populatie van 308 miljoen inwoners heeft 18 symfonieorkesten. En Nederland met 17 miljoen mensen, 5,5 procent van de inwoners van de USA, heeft 10 professioneel gesubsidieerde orkesten. Huh? Mmmm. Dus eigenlijk doen we het onwijs goed? En we koesteren onze traditionele cultuur dus bovenmatig…

“Er zijn middelmatiger orkesten die meer betalen dan wij. In Duitsland en Zwitserland is de subsidie hoger en worden er geen vragen gesteld over de cultuurpolitiek.” Klopt. Duitsland en Zwitserland hebben de economische crisis ook minder gevoeld. Zij zitten in een andere financiële positie. En nog iets over Zwitsers. Er zijn weinig landen binnen het Europees grondgebied die zich zo egoïstisch opstellen als de Zwitsers. Als Zwitserland dient als referentiekader voor lonen van een gesubsidieerd orkest in Nederland, dan haak ik af. En dat er geen vragen worden gesteld… Wees blij dat we vragen stellen, het toont een zekere vorm van interesse. Daarenboven, Duitsers die geen vragen stellen? Komkom…

De Directie van het KCO stelt zich op als enigszins verwende en wereldvreemde types. “Geef ons nou maar geld, en lul niet zo veel”. Opmerkelijk anno 2014. Het interview geeft blijk van een verstrekkende disconnect met de Nederlandse samenleving, het fundament van te verstrekken subsidie.  Het zou het KCO sieren wanneer ze in de spiegel keken en zeiden, “We staan sterk, we gaan geld verdienen, dit kunnen we zelf”.

Jet Bussemaker moet beslissen of, voor hoeveel en onder welke voorwaarden ze het KCO vanaf 2016 gaat subsidiëren. Lijkt mij minimaal een mooi moment om, naast de bedrijfsvoering, de hoogte van de salarissen van de Directie onderdeel te maken van het proces.  Daar is alle ruimte voor, zo blijkt.